|
Opnieuw snuiven
aan de geur van leer en kijken naar de kleur van koper.
Onlangs zijn we
Ton Bergh weer eens gaan opzoeken. Hij heeft nog veel te veel
informatie te vertellen die ons trekpaardliefhebbers handig van pas
komt en dat willen we toch niet aan onze neus voorbij laten gaan.
Hij vertelt specifiek over tuigonderdelen en dat willen wij jullie
laten weten.
Een gareel is
een haam zolang je in Limburg bent, maar ondanks de regionale,
provinciale en
landelijke verschillen blijft het principe gelijk vertelt Ton. Een
passende haam ligt lichtjes schuin achterover, het “nekkusssen” moet
netjes aansluiten op de ronding van de nek van het paard en de rest
van de kussens moet zonder te knellen of speling de contouren van de
hals volgen en mooi tegen de schouders aanliggen. De slokdarm en
luchtpijp moeten vrij liggen, ook als het paard in de haam gaat
hangen als het stevig trekken moet. Het trekpunt aan de haam moet op
de juiste plaats zitten, zodat tijdens het werk de haam niet voor-
of achterover getrokken wordt. Aan Ton vragend hoe de leek zijn
aanwijzingen nu allemaal in de praktijk moet herkennen, krijg je een
simpel doch doeltreffend antwoord: “Als je zelf niet voldoende
kennis hebt, vraag dan iemand die echt verstand van zaken heeft of
kom naar mij”. Ton vertelt ons verder dat vroeger een haam voor een
paard aangemeten werd en bij verkoop van het paard bleef die haam
bij dat betreffende paard. Nu is dat anders. Doordat het gebruik
niet meer zo intensief is slijt het ook minder en sterft het paard
eerder van ouderdom dan de haam versleten is. Voor te kleine
exemplaren heeft geen enkele tuigenmaker een oplossing, maar voor
een te groot exemplaar heeft Ton dat wel. Een losse binnenhaam. Deze
wordt gemaakt van een doek lijkend op vilt. Dit doek is in
verschillende diktes te verwerken en kan een haam tussen de 1 en 4
cm binnenmaats opvullen. Vastgezet wordt deze losse binnenhaam met 4
riempjes bij een kleine en 6 riempjes bij een grote haam.
In Limburg
wordt ook wel gereden met een borsthaam (borsttuig). Ton komt de
maat nemen of maakt hem op maataanduiding. De historische
standaardmaten zijn ook voorhanden. Een borsthaam mag niet te laag
zitten, want dan kan een paard absoluut niet trekken. Te hoog is ook
niet goed, want dan komt zijn luchtpijp en slokdarm in de knel. Het
heet niet voor niets een borsthaam of borsttuig zegt Ton. Het moet
rond de borst lopen van links naar rechts.
Het draagkussen
moet qua omvang en robuustheid voldoen aan de eisen die er aan
gesteld gaan worden tijdens het gebruik.
Waar beter op
gelet moet worden, volgens Ton, is dat de strengen zo evenwijdig als
mogelijk aan de burry’s lopen en dat de broek van het paard zo los
zit dat het paard voldoende vrijheid heeft om te lopen, maar ook zo
kort staat dat het aanhouden van de koets, kar of platte wagen
vlekkeloos kan gebeuren. Niet op de hakken lopen noemt men dat. Bij
deze boerenaanspanning kunnen dan ook de strengen door de stopriemen
of stopkettingen van de broek lopen, er zijn dan geen
strengophouders nodig. Natuurlijk moet dan ook het haamhout (zweng)
onder de burry bevestigd zijn.
Leidsels. Nu in
deze moderne tijd kan een leren leidsel altijd gemaakt worden, geen
probleem. Echter deze hebben wel meerdere verbindingsplaatsen (daar
waar het aan elkaar genaaid is). Een rund van 6 à 7 meter lang
bestaat niet, dus ook niet een leren leidsel van diezelfde lengte
aan één stuk. Maximale lengte van een leren riem aan een stuk uit
een huid bedraagt 2,30 à 2,40 meter. Voor veldwerk is een leidsel
nodig van ongeveer 13 meter. Ton laat weten ook daar een goed modern
alternatief voor gevonden te hebben. Een mooie gevlochten platte
zwarte lijn van kunststof. Sterk en licht, als je deze lijn ziet heb
je het idee dat ze van linnen gemaakt is, vertelt hij.
Arbeidstijdverkorting, daar heeft de tuigenmaker nog nooit van
gehoord. Aan een hoofdstel, borsttuig, draagkussen en broek werkt
Ton een hele week, maar dan wel een werkweek van ongeveer 50 uur.
Het leer dat hij gebruikt voelt altijd iets vettig aan en Ton
vertelt dat tijdens het looien het huidvet zoveel mogelijk gespaard
wordt. Het zijn dan ook de Oostenrijkse huiden die hij gebruikt van
vleesvee dat op de alpen heeft geweid. Vrij van draadwonden en
andere beschadigingen.
Ton is
voorlopig nog druk bezig. Wij hebben afscheid genomen van hem, maar
in de wetenschap dat wij terug keren en zijn verhaal weer verder
zullen optekenen en op onze site zullen plaatsen.
Ton bedankt en
tot ziens.

|